20.05.2018

Jono McCleery – Dinner at Eight

Ik heb een website ontdekt met veel mooie muziek: Laurel Canyon Music (die je hier kunt vinden). Laurel Canyon is een wijk van Los Angeles waar midden jaren 60 en begin jaren 70 veel muzikanten woonden. Carole King, Joni Mitchell, Crosby, Stills & Nash, Frank Zappa, John Mayall, The Doors, The Byrds, The Eagles en nog heel veel meer. Op de website vind je muziek van nu in die sfeer, met singer/songwriters, folkmuziek en country & americana.

Zo ontdekte ik de Engelse singer/songwriter Jono McCleery. Hij werd doof geboren en ontdekte geluiden pas vanaf zijn 5e levensjaar. Nu maakt hij bijzondere muziek en zingt hij die met een heerlijke baritonstem. Luister maar eens naar zijn versie van Dinner at Eight, dat komt van zijn coveralbum Seeds of a Dandelion (2018).

Dinner at Eight is een nummer van Rufus Wainwright uit 2003 dat staat op zijn derde album Want One. Het lied gaat over een botsing tussen Rufus en zijn vader, singer/songwriter Loudon Wainwright, tijdens een etentje. Rufus zat hem te jennen, door te zeggen dat hij na al die jaren dankzij hem nu herontdekt werd en zelfs in het tijdschrift Rolling Stone stond. Zo ging het gesprek heen en weer, totdat zijn vader hem zelfs dreigde te vermoorden. Toen Rufus thuis kwam schreef hij het lied als een reactie daarop. Het nummer vertelt ook het verhaal van de scheiding van zijn ouders, Loudon en Kate McGarrigle (1946-2010) en de impact die het op hem had.

Dinner at Eight
No matter how strong,
I’m gonna take you down
with one little stone.
I’m gonna break you down
and see what you’re worth.
What you’re really worth to me.

Dinner at eight was okay
before the toast full of gleams.
It was great until those old magazines,
got us started up again.
Actually it was probably me again.

Why is it so,
that I’ve always been the one who must go.
That I’ve always been the one told to flee.
When in fact you were the one long ago.
Actually. In the drifting white snow.
You left me.

So put up your fists
and I’ll put up mine.
No running away
from the scene of the crime.
God’s chosen a place
somewhere near the end of the worlds.
Somewhere near the end of our lives.

But ‘til then no,
Daddy, don’t be surprised.
If I wanna see the tears in your eyes,
then I know it had to be long ago.
Actually. In the drifting white snow
You loved me.

06.05.2018

Gé Reinders – Blaosmuziek

Een prachtig lied vind ik Blaosmuziek van de Limburgse singer/songwriter Gé Reinders. Hij speelt het hier samen met het Metropole Orkest tijdens het Gala van het Nederlandse lied in 2000. Het komt van zijn album D’n Haof uit 1999.

In het nummer geeft Reinders een beeld van een klein Limburgs dorpje op zondagochtend met een kerk, twee cafés, en met muziek van de fanfare. Daarnaast legt hij uit welke muziekinstrumenten een fanfare gebruikt en komen ze geleidelijk aan tot leven, met hun toeters en bellen.

Blaosmuziek
Ich had al twee maedjes gezeen,
mit achter op allebei unne saxofoon.
Witte bloes, blauw boks,
mit gael bieze en pas gepoetste sjoon.
Nog boete ’t dörp heurde ich
’t geretteketet van ’n trompet.
Genog gewanjeld, hiej drinke veur os get.
In de eerste sjtraot rook ’t van wiet weg,
en ich dacht verrek,
hiej trek nag emus sondigse soep.
Det leeg geträöt van die trombones
trokke os nao veure euver de sjtoep.
Biej de kerk waare natuurlik weer
twee cafe’s aan ’n plein.
En sjpeelde ’n fanfaar heel fijn.

Blaosmuziek op eine sjone zondigmorge.
Blaosmuziek bleust mich ómver.
Mit toeters en bellen ’n verhaol vertelle.
Zondigmorge blaosmuziek, blaos mich riek.

Gaef mich eine bloasbas
veur ’t sjtevig fundament.
Gaef mich sjuve en saxe
veur de moere van dees muziektent.
’t Vergulde kaopere daak
waert door de bugels en trompette gemaak.
En dan heurs se

Blaosmuziek op eine sjone zondigmiddeg.
Blaosmuziek bleust mich omver.
Mit toeters en belle ’n sjoon verhaol vertelle.
Zondigmorge blaosmuziek, blaos mich riek.

Gaef mich blaosmuziek op eine sjone zondigmorge.
Blaosmuziek bleust mich bleust mich nao hoes.
Mit toeters en belle ’n pracht verhaol vertelle.
Zondigmorge blaosmuziek, blaos mich riek.

22.04.2018

Fabrizio Cammarata – Hold and Stay

Een interessante singer/songwriter is de Italiaan Fabrizio Cammarata. Luister maar eens naar zijn lied Hold and Stay. Het nummer komt van zijn EP In Your Hands uit 2017.

Volgens Cammarata gaat het lied over “afstand en afscheiding in een relatie”. De hoofdpersonen “blijven weg van elkaars geheimen om in een sentimentele comfort zone te kunnen blijven zitten” en die splitsing leidt uiteindelijk tot problemen.

Samen met de Italiaanse zanger Antonio Di Martino heeft Fabrizio Cammarata een album gemaakt met muziek van de legendarische Costa Ricaans-Mexicaanse zangeres Chavela Vargas (1919-2012). Het heet Un Mondo Raro (2017) en een mooi nummer ervan is Pensami, dat hier door hen wordt vertolkt.

Hold and Stay
Well if you see me,
and if you got a secret,
please hold it.
Hold it till I’m gone.
Hold it till I’m gone.

I wouldn’t notice,
if not for the way
you seem to fear me.
Hold it till I’m on my way.
Hold it till I’m here to stay.
Everybody loves them blues,
I know I do.

Now do you see me?
And did you know
the moon tonight is in Cancer?
Hold it till I’m on my way.
Hold it till I’m here to stay.
Everybody loves them blues,
I know I do.

Hold it till I’m on my way.
Hold it till I’m here to stay.
Everybody loves them blues.
This one is for you.

Hold it till I’m on my way.
Hold it till I’m here to stay.
Everybody loves them blues.
Everybody loves but you.
Everybody loves.

08.04.2018

Adam Cohen & Lana Del Rey – Chelsea Hotel No. 2

Vandaag al weer het 200e lied op de Songcatcher blog sinds 25 januari 2010, toen ik er mee begon. Ik heb er nog steeds veel plezier in en ik hoop jij ook.

Adam Cohen & Lana Del Rey brengen een heel spannende & intense versie van het lied Chelsea Hotel No. 2, dat Leonard Cohen (1934-2016) schreef in 1972. Ze spelen het tijdens een eerbetoon aan hem in Montreal in november 2017. En ik hang aan hun lippen.

Het lied gaat over het nachtelijke avontuur van Leonard Cohen en Janis Joplin (1943-1970) in het Chelsea Hotel in New York in 1968. Hij ontmoette haar in de lift. “She wasn’t looking for me, she was looking for Kris Kristofferson; I wasn’t looking for her, I was looking for Brigitte Bardot. But we fell into each other’s arms through some process of elimination.” 

Later had Cohen spijt dat hij haar in het openbaar genoemd had en noemde hij het “an indiscretion for which I’m very sorry, and if there is some way of apologising to the ghost, I want to apologise now, for having committed that indiscretion.”

Janis Joplin was minder enthousiast over de nacht die ze samen doorbrachten. Ze zei er over: “I live pretty loose. You know, balling with strangers and stuff. Sometimes you’re with someone and you’re convinced that they have something to tell you. So maybe nothing’s happening, but you keep telling yourself something’s happening—innate communication. “He’s just not saying anything. He’s moody or something.” So you keep being there, pulling, giving, rapping. And then, all of a sudden about four o’clock in the morning you realize that, flat ass, this motherfucker’s just lying there. He’s not balling me. I mean, that really happened to me. Really heavy, like slam-in-the-face it happened. Twice. Jim Morrison and Leonard Cohen. And it’s strange ‘cause they were the only two that I can think of, like prominent people, that I tried to … without really liking them up front, just because I knew who they were and wanted to know them. And then they both gave me nothing. I don’t know what that means. Maybe it just means they were on a bummer.”

Chelsea Hotel No. 2
I remember you well at the Chelsea Hotel.
You were talkin’ so brave and so sweet.
Givin’ me head on the unmade bed,
while the limousines wait in the street.

And those were the reasons and that was New York.
We were livin’ for the money and the flesh.
And that was called love for the workers in song.
Probably still is for those of them left.

But you got away, didn’t you babe.
You just turned your back on the crowd.
You got away, I never once heard you say.
I need you, I don’t need you.
I need you, I don’t need you.
And all of that jiving around.

I remember you well at the Chelsea Hotel.
You were famous, your heart was a legend.
You told me again, you preferred handsome men.
But for me you would make an exception.

And clenching your fist, for the ones like us,
who are oppressed by the figures of beauty.
You fixed yourself, you said, “Well, never mind,
we are ugly but we have the music”

But you got away, didn’t you babe.
You just turned your back on the crowd.
You got away, I never once heard you say.
I need you, I don’t need you.
I need you, I don’t need you.
I need you, I don’t need you.
And all of that jiving around.

I don’t mean to confess that I loved you the best.
I can’t keep track of each fallen robin.
I remember you well at the Chelsea Hotel.
That’s all babe, I don’t even think of you that often.

25.03.2018

Georgina Hassan & Orquesta de Camara Municipal de Rosario – Volver a los 17

Wat een schitterende uitvoering van het lied Volver A Los 17 (Terug naar 17) zingt de Argentijnse singer/songwriter Georgina Hassan hier, begeleid door het Orquesta de Camara Municipal de Rosario. Het nummer werd geschreven door de beroemde Chileense singer/songwriter Violeta Parra (1917-1967). 

 

Hier nog een bijzondere versie uit 1987 van het lied door vijf Latijns Amerikaanse grootheden: Mercedes Sosa, Chico Buarque, Caetano Veloso, Milton Nascimento & Gal Costa.

En hier de Engelse vertaling van de tekst.

Volver a los 17
Volver a los diecisiete, después de vivir un siglo.
Es como descifrar signos, sin ser sabio competente.
Volver a ser de repente, tan frágil como un segundo.
Volver a sentir profundo, como un niño frente a Dios.
Eso es lo que siento yo en este instante fecundo.

Mi paso retrocedido, cuando el de ustedes avanza.
El arco de las alianzas, ha penetrado en mi nido.
Con todo su colorido, se ha paseado por mis venas.
Y hasta la dura cadena, con que nos ata el destino.
Es como un día bendecido, que alumbra mi alma serena.

Se va enredando, enredando, como en el muro la hiedra.
Y va brotando, brotando, como el musguito en la piedra.
Como el musguito en la piedra, ay sí, sí, sí.

Lo que puede el sentimiento, no lo ha podido el saber.
Ni el mas claro proceder, ni el mas ancho pensamiento.
Todo lo cambia el momento, colmado condescendiente.
Nos aleja dulcemente, de rencores y violencias.
Solo el amor con su ciencia, nos vuelve tan inocentes.

Se va enredando, enredando, como en el muro la hiedra.
Y va brotando, brotando, como el musguito en la piedra.
Como el musguito en la piedra, ay sí, sí, sí.

El amor es torbellino, de pureza original.
Hasta el feroz animal, susurra su dulce trino.
Retiene a los peregrinos, libera a los prisioneros.
El amor con sus esmeros, al viejo lo vuelve niño.
Y al malo solo el cariño, lo vuelve puro y sincero.

Se va enredando, enredando, como en el muro la hiedra.
Y va brotando, brotando, como el musguito en la piedra.
Como el musguito en la piedra, ay sí, sí, sí.

De par en par la ventana, se abrió como por encanto.
Entro el amor con su manto, como una tibia mañana.
Y al son de su bella diana, hizo brotar el jazmín.
Volando qual serafín, al cielo le puso a retes.
Y mis anos en diecisiete, los convirtió el querubín.

Se va enredando, enredando, como en el muro la hiedra
Y va brotando, brotando como el musguito en la piedra
Como el musguito en la piedra, ay sí, sí, sí.